Meneer met Zijn Zaken van Eer

Je kent ze misschien ook wel, mannen die op hun eer staan en zaken van eer nastreven. Misschien heren, is het voldoende om thuis in de spiegel te kijken bij het scheren of bij het trimmen van de baard om die heer te ontmoeten…

De jager van weleer jaagt nog steeds.
Nu is het de jacht op diploma’s, getuigschriften, kaderfuncties, bedrijfswagens, sporttitels, kilometersaldo’s op racefiets of MTB, scores op tennisterreinen of golfterreinen, doelpunten dan wel niet zelf maar door zoonlief gescoord, de grootste karper in de visvijver… Verder kan er jacht gemaakt worden op veel eer bij het demonstreren van veel verstand, gemeten aan het weten van lange lijsten levensbijkomstige wetenswaardigheden.

Ik heb niets tegen wetenswaardigheden in welke hoeveelheden dan ook, niets tegen het vissen op de grootste karper. Ik heb het hierover dat deze en nog veel meer zaken een knelpunt worden als de heren-eer daarmee wordt uitgezet voor vrouw en kind en de maten en de wereld rondom.

Als vrouwlief met 2 diploma’s op zak op de arbeidsmarkt komt en hij met 1 diploma, dan begint het te wringen, daar vanbinnen. Hij zegt wel: ‘Lieve schat dat heeft geen belang, dat van die diploma’s en zo, dat jij er twee hebt en ik één, wij gaan er samen wel wat van maken van ons leven…’
In woorden zegt hij dat het geen belang heeft. Maar vanbinnen steekt het, wringt het, rammelt het want die twee tegen één strijkt tegen zijn veren in.

Ontelbaar zijn de gebieden waar eer valt te rapen en dus ook te verliezen.

Zoals het vrienden bezoeken.
Hij zal haar, vrouwlief, duidelijk maken hoe de snelste, de kortste weg is tussen A thuis en B de vrienden. Dat zij dan uiteindelijk aangekomen bij die vrienden, vertelt dat hij zeven keer in C is gearriveerd vooraleer de weg te vragen of haar toe te laten de GPS in te schakelen, doet zijn eer geen deugd. Maar een uitleg is er wel. Bijvoorbeeld: steeds met die GPS aan, je verleert te kijken naar de wegwijzers… en als dat spel of die satellieten eens uitvallen, hup daar sta je dan want een wegenkaart lezen lukt ook niet meer… hem zou dat nu wel niet overkomen want hij gebruikt nog die goeie ouwe wegenkaarten die hij godzijdank nog steeds in het handschoenkastje bijhoudt…
En die heer (dezelfde) zal haar wel eens uitleggen, hoe die GPS werkt en wat de mogelijke storingen kunnen zijn, alhoewel en let wel, hij die GPS niet echt gebruikt.

Als vrouwlief opmerkt, nog bij die vrienden van daarnet of thuisgekomen dat die lampen nog niet hangen waar ze gepland zijn te komen, dat het on-line bestelde onderdeel van het versnellingsapparaat van haar fiets nog steeds in de kast ligt, dat die tuinomheining zeker voor de lente geplaatst zou zijn en 3 seizoenen later nog steeds in het tuinhuis ligt, dan…
Dan wordt hij kwaad. Bijvoorbeeld, omwille van het totaal ongepaste moment waarop ze daar nu weer over begint, zo net voor het slapengaan. Of die andere keren bij het opstaan terwijl ze weet dat hij ‘s morgens ochtendhumeur heeft. Of nog andere keren bij het eten wetende dat dit zijn eetlust bederft.

Als ze opmerkt dat hij kwaad wordt, dan kan het twee kanten uit.
Of: ‘Ik kwaad, ik KWAAD, maar nee waar haal je het?’
Of: ‘Natuurlijk word ik kwaad, je weet ook je momenten uit te kiezen om over al dat werk te beginnen, ik kom nog maar thuis van mijn werk en met al dat werk nog in mijn kop en ge begint te zagen… mag ik ajb eerst mijn jas afdoen ja en mijn sloffen aantrekken…!?’

Een combinatie van die twee reacties komt uiteraard ook voor.

En zij? Zij zegt hem: ‘Ventlief je bent een bouwer van luchtkastelen. Wat doen al die luchtbellen in ons huis terwijl er hier een nieuwe lamp zou moeten branden, daar een verhoogje getimmerd om de wasmanden op te plaatsen, buiten de nieuwe omheiningsdraad geplaatst… Terwijl je mij wijsmaakt dat ik veel deugd zal hebben van die online te bestellen ‘goedkope doch zeer degelijke droogkast’, vraag ik je waar die wasdraad blijft? Ja, dat on-line bestelde pakket ‘met de goedkope doch zeer degelijke draad en palen’ dat hier al 7 weken ligt te liggen in het gras?’

Hij: ‘Maar vrouwtje toch dat komt allemaal in orde, laat mij maar doen.’ Met al dat doen en vooral van plan zijn te doen valt ook eer te rapen:
‘Kijk eens wat ik allemaal kan!’

En zij hem verder doorprikkend: ‘Gewoon een lamp vervangen daar in de inkom, dat lukt nog niet. En ja die ladder die je daarvoor nodig hebt, die ligt in het tuinhuis begraven onder jouw recyclagepark van tuinhuisomvang maar van wereldbelang in jouw ventehoofd en ja in datzelfde tuinhuis achter die deur waarvan de scharnieren al lang eens gesmeerd zouden worden met die on-line supersmeer. Je zweeft, je maakt luchtbellen, je bouwt luchtkastelen, je vangt grote karpers in gefantaseerde vijvers! Maar de scharnieren blijven kraken en die lamp spaart zichzelf door niet te branden.’

Toegeven dat zij gelijkt heeft?
Hij slikt, gaat voor de spiegel staan en denkt:
‘Zij krenkt mijn eer,
dat is mijn zeer.’

Zij kijkt mee die spiegel in en er meteen doorheen.
Ze zegt,
‘Och god och heer,
zijn gekrenkte eer,
zijn zeer,
zijn pijnplek,
zijn ongemak.
En…
hoelang blijven die scharnieren nog zonder supersmeer?’

Willy

DSC_0157

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s